Ventilatie voor kantoren, scholen & publieke ruimtes

Een grotere ruimte goed ventileren begint niet bij het aantal vierkante meters, maar bij het gebruik van de ruimte en het aantal aanwezige personen. Een kantoor, klaslokaal of vergaderzaal met dezelfde oppervlakte kan een totaal ander ventilatiedebiet nodig hebben.

Flow 800 toegepast in een klaslokaal
Decentrale ventilatie in een klaslokaal: lokaal ventileren, zonder uitgebreid kanalennet door het gebouw.
Snel oriënteren

Voor een eerste inschatting kijken we naar bezetting + functie van de ruimte + vereist debiet. Voor werklokalen gebruiken we op deze pagina 40 m³/u per aanwezige persoon als praktische referentie. Voor EPB niet-residentieel gelden daarnaast de ontwerpregels en minimumbezetting per ruimtetype.

1. Hoeveel ventilatie heeft uw ruimte nodig?

De federale referentie voor binnenluchtkwaliteit in werklokalen gebruikt 40 m³ verse lucht per uur per aanwezige persoon als belangrijke ontwerpwaarde om de CO₂-concentratie doorgaans onder 900 ppm te houden. Voor een definitieve dimensionering moet altijd rekening worden gehouden met de werkelijke bezetting, de ruimtefunctie en de toepasselijke regelgeving.

Voor Vlaamse EPB-projecten in niet-residentiële gebouwen wordt bovendien gewerkt met de ontwerpbezetting en een minimumbezetting per ruimtetype. Voor rookvrije ruimtes bedraagt het minimale ontwerpdebiet 22 m³/u per persoon. De bezettingsdichtheid verschilt per functie.

Kantoor
Indicatief 15 m² per persoon
Leslokaal
Indicatief 4 m² per persoon
Vergader-/ontvangstruimte
Indicatief 3,5 m² per persoon

2. Snelle keuzehulp: welke Flow past bij uw project?

Onderstaande capaciteiten zijn een oriëntatie op basis van 40 m³/u per aanwezige persoon. Ze zijn geen wettelijke productlimieten. Definitieve selectie gebeurt projectspecifiek.

Flow 400 ventilatie-unit

Flow 400

80–400 m³/u
Indicatief tot ca. 10 personen.

Kleinere kantoren, vergaderruimtes, praktijkruimtes en gedeelde ruimtes.

Flow 600 ventilatie-unit

Flow 600

250–600 m³/u
Indicatief tot ca. 15 personen.

Middelgrote kantoren, kleinere klaslokalen, onthaal- en vergaderruimtes.

Flow 800 Silent ventilatie-unit

Flow 800

300–800 m³/u
Indicatief tot ca. 20 personen.

Grotere kantoren, klaslokalen, praktijkruimtes en gedeelde publieke ruimtes.

Flow 1000 Silent ventilatie-unit

Flow 1000

300–1000 m³/u
Indicatief tot ca. 25 personen.

Druk bezette klaslokalen, grote vergaderruimtes, winkels, kantines en publieke ruimtes.

3. Drie voorbeelden die het verschil duidelijk maken

Kantoor — 120 m² / 8 medewerkers

8 × 40 = 320 m³/u. Een Flow 400 kan qua maximumdebiet passen; een Flow 600 geeft extra regelreserve voor piekbezetting of een lagere bedrijfsstand.

Klaslokaal — 60 m² / 25 leerlingen

25 × 40 = 1000 m³/u. Een Flow 1000 of een combinatie van meerdere units komt dan in beeld. De EPB-ontwerpbezetting moet afzonderlijk worden gecontroleerd.

Vergaderruimte — 50 m² / 14 personen

14 × 40 = 560 m³/u. Een Flow 600 is een logische eerste oriëntatie, afhankelijk van akoestiek, plaatsing en gebruikspatroon.

4. Waarom warmteterugwinning?

In intensief gebruikte gebouwen is veel verse lucht nodig op de momenten dat er veel mensen aanwezig zijn. Warmteterugwinning voert vervuilde binnenlucht af en brengt verse buitenlucht binnen, terwijl een groot deel van de warmte uit de afgevoerde lucht wordt teruggewonnen. Zo combineert u luchtkwaliteit met minder energieverlies dan bij permanent verluchten via ramen.

5. Sturing, Modbus en integratie in domotica of BMS

Voor professionele projecten is niet alleen het debiet belangrijk. Ook de sturing bepaalt hoe goed de ventilatie in de gebouwtechniek past. Compatibele Helty Flow-systemen kunnen, afhankelijk van model en uitvoering, via Modbus RTU over RS485 worden geïntegreerd in domotica of een gebouwbeheersysteem.

Zo kan een integrator bijvoorbeeld ventilatiestanden, tijdschema’s of boostfuncties centraal beheren en beschikbare sensorwaarden meenemen in de gebouwlogica. De exacte registers en beschikbare sensoren moeten altijd worden gecontroleerd voor het geselecteerde toestel en de toegepaste firmware.

Lees: Ventilatie en domotica — Modbus, sturing en BMS-integratie
Voor architecten: hoe beschrijft u Modbus-integratie in een bestek?

6. Wat bekijken we vóór we een toestel voorstellen?

  • bezetting: hoeveel personen zijn gelijktijdig aanwezig?
  • ruimtefunctie: kantoor, klas, vergaderruimte, praktijk, winkel …
  • vereist debiet: volgens projectdoel en toepasselijke regelgeving;
  • akoestiek: welk geluidsniveau is aanvaardbaar tijdens gebruik?
  • bouwkundige mogelijkheden: buitenmuur, plafond, boringen en vrije ruimte;
  • sturing: lokaal, sensorgestuurd, app/cloud of integratie in domotica/BMS.

Van dimensionering tot plaatsing

Smart Vent Systems kan uw project technisch dimensioneren en de juiste units selecteren. Indien gewenst leveren we niet alleen de toestellen, maar voeren we ook de plaatsing van de ventilatie-units, boringen en afwerking uit volgens de afgesproken projectscope.

Werkt u met een eigen aannemer of installateur, dan kunnen we onze rol beperken tot technisch advies, documentatie en levering. Bij projecten met Modbus, domotica of BMS stemmen we de ventilatietechnische kant af met de betrokken systeemintegrator.

Vraag projectadvies, levering of complete uitvoering aan


Bronnen regelgeving: FOD Werkgelegenheid – binnenluchtkwaliteit in werklokalen; Vlaanderen EPB-pedia – minimaal geëiste ontwerpdebieten voor niet-residentiële gebouwen en Bijlage X van het Energiebesluit. De voorbeelden op deze pagina zijn oriënterend en vervangen geen projectspecifieke ventilatiestudie of EPB-berekening.